Registreren

Emancipatiemonitor: Vrouwen voor het eerst hoger opgeleid dan mannen

Vrouwen zijn voor het eerst hoger opgeleid dan mannen, het verschil in uurloon tussen vrouwen en mannen is iets kleiner geworden, maar vrouwen maken gemiddeld ook meer uren en zijn daardoor vaker economisch zelfstandig, melden het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in de Emancipatiemonitor. 

In de Emancipatiemonitor meten de bureaus elke twee jaar of het emancipatiebeleid van de overheid effect heeft. Volgens het SCP en CBS gaat het sinds 2015 goed met de emancipatie van vrouwen in Nederland. Tussen 2015 en 2017 groeide het aandeel vrouwen met werk. Zij werkten vorig jaar gemiddeld 28 uur per week tegen 27 uur per week in 2015. Verder was 60 procent van de vrouwen in 2017 economisch zelfstandig. Zij verdienden evenveel of meer dan het bijstandsniveau van een alleenstaande. In 2015 lag dit percentage nog op 58 procent.  

Verschil in beloningen tussen mannen en vrouwen 
Zo daalde het verschil in beloningen tussen mannen en vrouwen in het bedrijfsleven tussen 2008 en 2016 met ongeveer drie procent van 22 procent naar 19 procent. Vrouwen in het bedrijfsleven verdienden in 2016 gemiddeld 17,66 euro per uur tegen een gemiddelde van 21,78 euro per uur voor mannen. Als gecorrigeerd wordt voor verschillen in persoons- en baankenmerken zou het loonverschil in het bedrijfsleven 7 procent zijn.  

Ook is het aandeel werkende vrouwen in technische beroepen en binnen de ICT toegenomen. Zo is het aandeel vrouwen in de techniek gestegen van 10,6 procent naar 12,6 procent en het aandeel in de ICT toegenomen van 11,8 procent naar 14,2 procent. 

Ook zijn er meer vrouwen te vinden in de top van het bedrijfsleven, de wetenschap en bij de overheid. Maar uit de monitor blijkt wel dat ze nog sterk ondervertegenwoordigd zijn op de hogere en besluitvormende posities. 

WOMEN Inc.: "Emancipatie gaat niet snel genoeg"
Het platform WOMEN Inc., dat kansen van vrouwen in Nederland probeert te vergroten, is blij dat de Emancipatiemonitor positief luidt. Maar de organisatie benadrukt dat het niet snel genoeg gaat: "Het zijn maar een paar procentpuntjes per jaar. Die had ik ten opzichte van vorig jaar bijna kunnen voorspellen. Ik mis de versnelling op een aantal onderwerpen.” 

Maar het platform stelt dat er wel degelijk goed nieuws in de monitor staat over bijvoorbeeld het opleidingsniveau van vrouwen ten opzichte van mannen: "Maar je ziet dat vrouwen met die hogere opleiding hun arbeidsmarktpositie nog niet echt kunnen verzilveren. Achter de schermen zit ook daar weer het stereotype dat zij zorgtaken moeten vervullen en ze worden er maatschappelijk op afgerekend. Als een vrouw meer gaat werken, krijgt ze meer ingewikkelde vragen dan als een man meer gaat werken." 

Volgens het platform is het gesprek over emancipatie goed gaande. "Maar zowel mannen als vrouwen, en vooral professionals, spelen nog geen stimulerende rol in emancipatie. De beeldvorming moet worden aangepast als je een versnelling van emancipatie wilt organiseren." 

Vrouwen met migratieachtergrond of lagere opleiding blijven economisch achter 
Ook zijn er nog steeds grote verschillen tussen vrouwen onderling. Uit de Emancipatiemonitor blijkt dat de economische posities van vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond en vrouwen met een laag opleidingsniveau achterblijven, op die van hoogopgeleiden en vrouwen met een Nederlandse achtergrond. 

Daarnaast valt te lezen dat de verschillen tussen de economische positie van vrouwen met een laag en een hoog opleidingsniveau de afgelopen tien jaar gelijk zijn gebleven. Laagopgeleiden hebben minder vaak werk (49 procent) vergeleken met middelbaar (75 procent) en hoger opgeleiden (86 procent). Ook werken lager opgeleide vrouwen minder uren en zijn ze minder vaak economisch zelfstandig dan hoogopgeleide vrouwen. 

Het verschil tussen vrouwen met en zonder niet-westerse migratieachtergrond is zelfs toegenomen. Zo daalde in de crisisjaren de arbeidsdeelname van vrouwen met een migratieachtergrond tot 54 procent, en nam daarmee hun economische zelfstandigheid af. Van de vrouwen van Nederlandse afkomst werkte vorig jaar 77 procent. 

Tweede generatie loopt in 
De tweede generatie vrouwen van niet-westerse afkomst doet het overigens wel beter: van deze groep werkt 71 procent. Daarnaast is onder vrouwen met een migratieachtergrond vanaf 2015 weer een toename in arbeidsdeelname te zien. Toch is het niet voldoende om het verschil met vrouwen van Nederlandse komaf in te lopen of op het niveau van 2007 te brengen. Dat laatste komt ook doordat vrouwen met een Nederlandse achtergrond meer zijn gaan werken en de relatieve achterstand daarmee vergroot is.  
Bron: Nu.nl 


Reactie


800 formules

Matchen

Passende selectie

Persoonlijk

Direct contact

Gratis